Welkom op Terwispel.net
Terwispel is een dorp in de gemeente Opsterland, provincie Friesland (Nederland). Het dorp telt circa 1000 inwoners en is gelegen vlakbij een bosrijke omgeving.
Laatste 15 berichten
Vitaal Opsterland, visie op Basisvoorzieningen en Accommodaties
Geplaatst op 01-10-2010
Op 7 september 2010 heeft het college van B&W het rapport “Vitaal Opsterland, visie op Basisvoorzieningen en Accommodaties 2010-2030” vastgesteld. Dit rapport geeft de visie weer op basis waarvan de gemeente zijn beleid voor de komende decenia zal baseren. De inhoud van dit rapport geeft aan dat dit voor een dorp als Terwispel wel eens een behoorlijke verandering tot gevolg kan hebben met betrekking tot de investeringen die in de basisvoorzieningen worden gedaan.
Trends en ontwikkelingen
Het rapport beschrijft enkele ontwikkelingen die ook in Opsterland te zien zijn en die bepalend zijn voor de visie. In de dorpsgesprekken hebben deze ontwikkelingen aandacht gekregen.
Enkele belangrijke ontwikkelingen uitgelicht:
· Plattelanders en ook Opsterlanders zijn steeds minder alleen op het eigen dorp gericht. Geholpen door de toegenomen mobiliteit en gedwongen door de schaalvergroting van voorzieningen zijn ze bereid en eraan gewend geraakt om steeds grotere afstanden af te leggen om werk, opleidingen, winkels en vertier te bereiken.
· De algemene individualiseringstrend gaat niet aan het platteland voorbij. Het niet afhankelijk willen zijn van anderen, zelfontplooiing en privacy worden steeds belangrijker. De leefstijl gaat steeds meer op die van stedelingen lijken.
· Daarmee verandert het dorpsleven. Er is een overgang van autonome dorpen naar woondorpen. In autonome dorpen met veel bewoners die er geboren en getogen zijn en met dagelijkse activiteiten vooral in het eigen dorp, wordt leefbaarheid vaker beoordeeld op grond van het voorzieningenniveau. Deze autonome dorpen veranderen - mede door de komst van mensen van buitenaf die rustig willen wonen - steeds meer naar woondorpen. De dagelijkse activiteiten zijn buiten het dorp. De leefbaarheid wordt vaker beoordeeld op grond van de kwaliteit van de woning, de omgeving, het landschap, rust, ruimte en dergelijke. Door de toegenomen mobiliteit, schaalvergroting en ICT is bereikbaarheid van voorzieningen belangrijker geworden dan de beschikbaarheid in het dorp zelf.
· In Opsterland neemt de bevolking nu nog licht toe. Naar verwachting groeien in de toekomst de drie kerndorpen Beetsterzwaag, Gorredijk en Ureterp licht of blijft het inwoneraantal stabiel. Alle andere dorpen krimpen op termijn, in eerste instantie in aantal inwoners maar later ook in aantal huishoudens.
· Het aantal ouderen neemt toe. Naar verwachting is in 2030 het aantal 75-plussers toegenomen van ruim 2.100 nu naar 3.600, een stijging van 70%. In het primair onderwijs in Opsterland daalt het aantal leerlingen met ongeveer 12%. Na 2020 zal het aantal 15-24-jarigen gaan dalen. Het is echter de groep tussen 25 en 50 jaar die de komende jaren sterk in omvang afneemt.
Voorzieningen en schaarste
De neiging van inwoners om op te komen voor de voorzieningen in het eigen dorp is groot. Door in de dorpsgesprekken niet over het eigen dorp te discussiëren maar over de voorzieningen in twee verzonnen dorpen, zijn de bewoners uitgenodigd om in meer algemene termen en in termen van schaarste na te denken over de situatie in de toekomst, in 2030. Wat is de minimaal noodzakelijke basisvoorziening om het dorp leefbaar en vitaal te houden?
Deze schaarste komt tot uitdrukking in:
· een te verwachten schaarste aan draagvlak: minder inwoners per dorp, minder inwoners vanuit een bepaalde leeftijdcategorie en/of inwoners die kiezen voor voorzieningen elders
· een te verwachten schaarste aan financiële middelen vanwege de economische crisis.
Door deze twee typen schaarste beseffen bewoners dat in de dorpen:
· aanwezigheid van (alle) voorzieningen niet meer nodig en mogelijk is
· bereikbaarheid en kwaliteit van de voorziening centraal staat
· voorzieningen een verschillende - maatwerk - uitwerking krijgen
· de keuze voor een voorziening past bij de omgeving: geen twee sportdorpen naast elkaar
· rekening gehouden wordt met specifieke groei en samenstelling van bevolking.
Op basis van dit alles heeft de gemeente gekozen voor kwaliteit en concentratie boven lokale beschikbaarheid van alle voorzieningen.
Naar drie categorieën dorpen
Dorpen zijn niet meer de besloten gemeenschappen van vroeger, dorpen kennen een gemengde
bevolkingssamenstelling: jong, oud, autochtoon en nieuwkomer (import). In de gemeente is te zien dat de kleinste dorpen veranderen in woondorpen waar steeds minder functies aanwezig zijn. Door de sterk toegenomen mobiliteit van de plattelandsbewoners heeft dat nauwelijks invloed op de leefbaarheid van een dorp. Een aantal grotere dorpen heeft nog steeds een royaal aantal voorzieningen zoals een dorpshuis, school en sportaccommodatie. Voor de centrumdorpen geldt nu al dat de voorzieningen daar geconcentreerd zijn.
Voor het uitwerken van de visie op voorzieningen maakt de gemeente daarom een indeling in drie categorieën dorpen:
· Centrumdorp: heeft meer dan 3.000 inwoners en voorzieningen die met de omliggende dorpen worden gedeeld; er wordt aangesloten bij de indeling van de woonservicegebieden. Centrum-dorpen zijn Beetsterzwaag, Gorredijk en Ureterp
· Plusdorp: heeft 1.500 - 3.000 inwoners; wonen staat centraal maar heeft door ligging of bijzondere omstandigheid (een) extra functie(s). Plusdorpen zijn Bakkeveen, Nij Beets, Tijnje en Wijnjewoude.
· Woondorp: heeft minder dan 1.500 inwoners; wonen staat centraal; in de regel is er nog wel een ontmoetingsfunctie, veelal in de vorm van een dorpshuis. Voor andere voorzieningen is men aangewezen op de regio binnen of buiten de gemeente. Hierbij is bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt.
Een groot aantal woondorpen heeft van oudsher al voorzieningen. Het is niet altijd mogelijk en wenselijk de bestaande voorzieningen ineens over te hevelen naar een plus- of centrumdorp. Met een aantal woondorpen zijn onlangs bovendien afspraken gemaakt voor een brede school. Het is niet de bedoeling om op gemaakte afspraken en/of besluiten terug te komen.
Vitaal Opsterland
De aanwezigen bij de dorpsgesprekken zien wonen als de belangrijkste basisvoorziening. Om goed te kunnen wonen is het ontmoeten en omzien naar elkaar in de dorpen een andere belangrijke voorwaarde. De overige basisvoorzieningen - onderwijs, zorg en sport - dienen vooral goed bereikbaar te zijn. Het onderscheid tussen centrumdorp, plusdorp en woondorp dient leidend te zijn voor het bereikbaar zijn, het beheer en de vernieuwing van de voorzieningen
Men moet goed kunnen wonen. Het beleid moet zich meer richten op het scheppen van randvoorwaarden om goed te kunnen wonen dan op het realiseren van kleine uitbreidingsplannen in de dorpen. Het doorbreken van het ‘groeidenken’ is noodzakelijk. Bouwen om voorzieningen in stand te houden is achterhaald en betekent dat elders in het dorp of in de gemeente huizen leeg komen te staan. Woondorpen zien er aantrekkelijk en verzorgd uit; kwaliteit en concentratie van voorzieningen staan boven lokale beschikbaarheid
Mensen moeten elkaar kunnen ontmoeten. Sociale netwerken vergroten de leefbaarheid van een dorp. Collectieve zelfredzaamheid betekent dat mensen in een dorp elkaar vertrouwen en de bereidheid hebben samen te werken om problemen op te lossen en doelen te bereiken. In de kleine woondorpen kennen de inwoners elkaar en is er veel bereidheid om in sociale netwerken te investeren. In de grotere centrumdorpen is dat minder het geval. Daar is een centrale ontmoetingsruimte minder belangrijk omdat bewoners uit meerdere vormen voor ontmoeting kunnen kiezen. De gemeente heeft een ondersteunende rol bij het versterken van de sociale duurzaamheid in de dorpen
Zorg moet bereikbaar zijn. Men vindt het normaal om voor specifieke zorg te moeten reizen, bijvoorbeeld naar het ziekenhuis. Ook huisartsen zijn niet meer in elk dorp vertegenwoordigd. Zorg komt pas dichtbij in de vorm van thuiszorg, informele hulp en vooral mantelzorg.
Opsterland heeft gekozen voor informatiepunten Wmo in de drie centrumdorpen en dorpssteunpunten in alle andere dorpen. Daarmee wordt een fijnmazig netwerk van ondersteuning en preventief werken gelegd. Voor overige vormen van zorg is mobiliteit van zorgvrager en/of zorgaanbieder vereist. Zo kunnen in afstemming met bewoners van woondorpen en plusdorpen afspraken worden gemaakt voor reguliere consultatiemogelijkheden in de eigen ontmoetingsruimte. Intramurale zorg wordt echter alleen nog in de centrumdorpen aangeboden. Met alle partners moet worden onderzocht hoe innovaties en ontwikkelingen op het gebied van ICT een goede bereikbaarheid ondersteunen. Informele hulp en mantelzorg zijn de drijvende krachten in de dorpen en maken dat mensen zo lang mogelijk in hun eigen dorp kunnen blijven wonen.
Onderwijs dient bereikbaar te zijn. De prognoses wijzen op afname van het aantal leerlingen waardoor scholen steeds kleiner en onrendabeler worden. Dit is een probleem voor de schoolbesturen (exploitatie) maar ook voor de gemeente (investeringen in vervangende schoolgebouwen). Voor de sociaal-emotionele ontwikkeling is een kind beter af in een wat grotere school. De nadruk moet daarom liggen op onderwijsvoorzieningen in de centrum- en plusdorpen. Dit betekent echter niet dat de scholen in de woondorpen meteen kunnen of moeten worden opgeheven. De gemeente neemt initiatieven om met schoolbesturen te overleggen over intensievere samenwerking tussen en mogelijk fusie van scholen. Daarbij wordt de identiteit van de verschillende scholen zoveel mogelijk gewaarborgd.
Wanneer de afstand tussen wonen en school groter wordt is aandacht vereist voor de mobiliteit van leerlingen. Zij moeten veilig op school kunnen komen waarbij het uitgangspunt is dat leerlingen of ouders - al dan niet georganiseerd - daarvoor zelf zorg dragen. De gemeente moet zich richten op het aanleggen van kindvriendelijke routes naar en van school. Niet ieder dorp heeft de beschikking over een eigen basisschool
Men moet kunnen sporten. De gemeente streeft ernaar dat verschillende verenigingen zoveel mogelijk gebruik maken van één accommodatie. Eveneens wordt nagedacht over het centreren van sportvoorzieningen om ook in de toekomst goede sportvoorzieningen te behouden. Dat is niet zomaar in één keer te realiseren. In de meeste dorpen is er (nog) onvoldoende ruimte om het sportterrein uit te breiden. Bij de verdere planologische ontwikkeling van de dorpen moet daarmee rekening worden gehouden.
Om in de dorpen te kunnen blijven bewegen is het behoud van bewegingsruimten en trapveldjes van belang. Deze kunnen bovendien dienst doen als ontmoetingsruimte (buurt/dorpsfeesten, evenemententerrein). Niet ieder dorp heeft de beschikking over een eigen sportaccommodatie.
Vervolg
Plaatselijk Belang vindt dit onderwerp zeer van belang omdat dit voor een lange tijd de koers van het beleid van de gemeente Opsterland op het gebied van voorzieningen gaat richten. Daarbij lijkt de inhoud van de visie te pleiten voor een koers die voor Terwispel negatief lijkt uit te pakken. Het niveau van de voorzieiningen is volgens ons een belangrijke peiler onder de leefbaarheid van het dorp.
Wat gebeurt er nu? Het rapport is door het college van B&W vastgesteld. Dit betekend nog niet dat het al tot beleid is gemaakt. Op 22 november 2010 zal de commissie Mienskip als voorbereiding op de Raadsvergadering van 6 december 2010 dit rapport behandelen en vervolgens wordt het vastgesteld dan wel verworpen in de raadsvergadering.
Plaatselijk Belang heeft al acties in gang gezet om te voorkomen dat het visie document in zijn huidige vorm zal worden aangenomen door de gemeenteraad. Wij hebben dit onderwerp ook geagendeerd voor onze aanstaande ledenvergadering. Daarnaast kunt u als bewoner ook actie ondernemen. Zo kunt u schriftelijk uw bezwaren kenbaar maken naar de raad en/of de afzonderlijke fracties en ook kunt u eventueel een beroep doen op spreekrecht tijdens de commissie Mienskip.
